Tegen Ronald Waterreus

niets persoonlijks

een Hyves

aangepast zenderaanbod

of stille tocht

Deel met de wereld:
  • Twitter
  • Facebook
  • RSS
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • NuJIJ
  • Print
Meer Robin
  • Een vriend van mij noemt alle reigers Ronnie. Op zijn vierde wees zijn vader hem een reiger aan en zei dat het Ronnie was. Hij was overal. Met januari 96  als hoogtepunt. Voor de vakantie van 96 nam zijn familie afscheid van ‘Ronnie’ in hun achtertuin in Amsterdam. Een dag later wandelde het gezin in Florence door de Boboli-tuinen en wat stak daar plots boven het struikgewas? De guitige kop van Ronnie de Reiger. Ronnie kon bijna net zo hard vliegen als de familie-auto. Ronnie was een bijzonder beest.

    Een vriendin van mij had in haar jeugd een sterke band met “Paard” de egel. Zij is intussen een gecertificeerde dokter, maar problematische kinderen zijn volgens haar nog altijd het beste geholpen met een egel.Voor die twee bestaat er maar één reiger en hebben egels helende krachten.

    Dieren worden vaker over één kam geschoren. Alle olifanten spuiten bijvoorbeeld de ganse dag water, alle walvissen maken een bommetje en het resterende deel van de ganse dag spuiten ze water en alle vleermuizen hangen ondersteboven en hebben op een ganse dag weinig tot helemaal niets met water spuiten te maken. Ganzen zijn helemaal anders.

    Maar positief racisme in dierenland heeft niet de boventoon. Zo bijten alle bulldogs, zo zijn alle harige spinnen lelijk, maken alle leeuwen je dood en moet je als levenslustig mens niet in een kuil met slangen gaan liggen. Er zijn een groot aantal diersoorten die een groot stigma op zich hebben gekregen doordat één of een paar het verpesten voor de rest.

    Ik ga hier niet verkondigen dat Moby Dick een aardige walvis was. Kapitein Ahab had niet voor niets één been. Maar zo een walvis verpest het dus weer voor de hele diersoort walvis. De Japanners zijn nou eenmaal eervolle mensen en zodra die zo’n verhaal horen is het niet vreemd dat zij er op uit trekken om die zogeheten ‘walvissen’ eens een lesje te leren.

    Hetzelfde geld voor kippen. Die zitten nu in kleine ruimtes en die tokken wat af. Maar eerlijk gezegd hebben ze niets te tokken. Het is absoluut schandalig wat die, let wel, betrekkelijk kleine groep kippen de mensheid door de jaren heen heeft aangedaan. Sommige kippen kunnen gewoon niet omgaan met vrijheid. Ja en dan heb je aan de mens een slechte. Zero-tolerance: In een hokje tot de slacht.

    Natuurlijk kippen en walvissen daar zitten onuitstaanbare types tussen, maar als diersoort an sich zijn ze ook niet bepaald je-van-het. Toch is het jammer dar er zo makkelijk wordt gediscrimineerd in dierenland. Zo heerst er in de publieke opinie een diepgewortelde haat tegen de mug. Een misvatting die nog maar eens benadrukt dat de mens ook niet perfect is.

    Het was groep drie. Er was iemand jarig. Het licht ging uit, maar we moesten ook onze ogen sluiten. Ondertussen deelden Caroline en Dexter snoepjes uit, want Dexter was jarig. Toen het licht aan ging en iedereen zijn ogen open mocht doen, had elk tafeltje min twee, een zakje snoepsleutels op zijn tafeltje liggen.  Op mijn tafeltje lagen geen snoepsleutels. Er zat een mug. Ik noemde hem Bennie.

    Bennie was een rustig dier en niet haatdragend tegen de mensen. Hoewel die mensen van alles naar zijn hoofd gooiden. Figuurlijk, maar vaker vlogen er letterlijk dingen naar zijn hoofd. Bennie wist ook dat hij soortgenoten had die dat allemaal niet pikten. De welbekende prikkers. Bennie was ook niet achterlijk. Hij wist ook dat het gevolg van die prikkers was dat er nog meer naar zijn hoofd zou vliegen. Maar zo lang ik Bennie ken is hij een trouwe vriend en heeft hij mij nooit geprikt.

    Natuurlijk zijn sommige dieren klootzakken en sommige nodeloos arrogant. Maar niet elke walvis nam het been van een kapitein en niet elke kip vertoond misselijkmakend hoongedrag. Zelfs niet elke leeuw doodde een mens. Maar ook niet alle egels zijn kinderpsycholoog en niet alle reigers heten Ronnie. Ik ga u nu niet zeggen dat alle muggen lief  zijn, want dan stigmatiseer ik. Maar geef ze een kans. Misschien moet u beginnen met alle dieren een naam te geven.

    Deel met de wereld:
    • Twitter
    • Facebook
    • RSS
    • Google Bookmarks
    • email
    • Hyves
    • NuJIJ
    • Print
  • Zonde vd Week - FootsEen jongen, mijn leeftijd, hij heeft krullende bakkebaarden tot voorbij zijn kin. Daarnaast een kromgetrokken vrouwtje ineengedoken met een doek om haar hoofd. In de lucht boven het vrouwtje hangt de inhoud van een glas wijn. Het glas wijn vastgeklemd in de hand van de jongen.

    Het is de foto die mij het meest is bijgebleven van de expositie World Press Photo. Het is niet de meest schokkende of de mooiste foto van allemaal, maar het is wel dat plaatje waar ik nu nog mee rondloop. De jongen op de foto is Joods, streng Joods, dat las de uitleg. Het vrouwtje is Palestijns. Daarna stonden er enkele woorden over het conflict tussen die twee bevolkingsgroepen. De foto gaf de strijd weer tussen de groepen. De Palestijn oud en ineengedoken. Ze kan weinig beginnen tegen de krachtige jeugdige Jood. Fysiek in ieder geval niet.

    Het gooien van de wijn lijkt niet fair tegenover het vrouwtje. Waarom doet hij dit? De Joodse jongen pest de vrouw omdat ze Palestijns is. Omdat hij vanuit de grond van zijn hart en vanuit de met bloed bezaaide grond van zijn huis haar bevolkingsgroep haat. Dat is mijn eerste ingeving. Maar ik kan er niets over zeggen. Ik moet mijn mond houden, want wat weet ik nou. Het is een foto, een momentopname. Ik weet niet wat de aanleiding was voor deze daad.

    Het zou kunnen dat het vrouwtje seconden voor het maken van deze foto haar kunstgebit bloot lachte en tegen het been van de gepijpekrulde jonge Jood plaste. Ik weet het niet. Misschien is Joodse wijn een goede manier om glanzend bordeauxrood haar te krijgen en wordt de Palestijnse man wild van. Of voor hetzelfde geld stond de fotograaf in een voedselgevecht en had het vrouwtje de wraak van de jongeman op de hals gehaald door op een onverhoeds moment in zijn slonzige spijkerbroek een puddingbroodje te proppen.

    Ik wou dat ik een goed antwoord kon geven op de vraag waarom? Ik zou het graag kunnen verklaren. Anders loop ik er ook maar zo mee rond. Maar alles dat ik bedenk is eenzijdig, op enige manier gekleurd, vanuit een ivoren toren en onvolledig en dus niet eerlijk. Alles dat ik zag was een foto van een jongen met bakkebaarden, een vrouwtje met een hoofddoek en rode wijn in de lucht. Dat is het. Meer kan ik er niet over zeggen, maar er is vast een hele onschuldige uitleg.

    Foto

    Deel met de wereld:
    • Twitter
    • Facebook
    • RSS
    • Google Bookmarks
    • email
    • Hyves
    • NuJIJ
    • Print
  • Zonde vd Week - FootsIk ben een jongetje en jongetjes gaan, enkele uitzonderingen daargelaten, achter de meisjes aan. Van basisschool af aan ben ik bezig geweest met het uitvogelen van de beste tactiek hiervoor. Één van de allerbeste tactieken is: Stoer zijn.

    Stoer zijn gebeurde op de basisschool als volgt: Er was een verkleedpartijtje op school, jij had niets meegekregen, want dat waren je rijke superdrukke ouders weer eens vergeten en dus zou de juf wat voor je proberen te verzinnen. De juf kleurde met viltstift twee van je tanden zwart. Met een mascarapotlood werden er vervolgens stoppels op je gezicht getekend. Nu was je een boef,  een cowboy, een bandiet. Dat was onverwachts en ineens ongelooflijk stoer, ondanks dat je helemaal geen andere bijzondere kleren aan had ofzo. Tot overmaat van jouw plezier viel het  ontzettend in de smaak bij de te pakken meisjes.

    Iedereen wilde ineens boef zijn. Ik ook. Maar ik was gekleed als Adriaan. Adriaan de acrobaat. Een lachende gek in een blauw glimmend overhemd en een strak zwart jumpsuit. Ik deed dezelfde trucjes op het schoolplein als de rest, maar dan had ik er een glimmend overhemd en een strak zwart jumpsuit bij aan. Dat gaf dan net dat beetje meer, dacht ik.

    Ik vond Adriaan altijd een toffe gozer, juist omdat hij acrobaat was. Maar ik kwam er al snel achter dat het mij bij het populairste spel op de basisschool geen enkel voordeel gaf. De meisjes uit mijn klas lieten zich bij ‘jongens pakken de meisjes’ een stuk makkelijker vangen door de stoere cowboy dan door een schaterende acrobaat met een glimmend overhemd en een strak zwart jumpsuit.

    Veertien jaar later lig ik op de grond. Vlak achter het Leidseplein. Doorweekt van de regen. Een meneer staat naast me en vraagt of alles ok is. Ik laat me omhoog helpen. Op de grond ligt mijn fiets en een plasje bloed. Mijn hoofd knapt bijna uit elkaar van de kloppende pijn. Mijn handen die voorzichtig voelen waar de pijn vandaan komt druipen van bloed en de regen.

    “Oe jongen toch, dat ziet er niet best uit”, zei de meneer die me omhoog heeft geholpen, en hij steekt zonder waarschuwing twee vingers in mijn bloedende mond: “Die ben je kwijt.”

    “Wat?” Zei ik met volle mond. Het was dat ik de smaak van een doorweekte bakstenen straat in mijn mond had, maar anders was ik serieuze vragen gaan stellen  over hygiëne en het binnenvallen van iemands persoonlijke ruimte.

    Toen ik thuiskwam en in de spiegel keek, schrok ik. Mijn uiterlijk was compleet veranderd. Ik zat onder het bloed, ja, maar er miste ook duidelijk iets. Op de plek waar de hoeken van mijn voortanden moesten zitten zat nu niets. Een gapend gat in mijn gebit.  Ik had wel eerder echt een tand of twee gemist, maar dat was toch wel meer dan zestien jaar geleden en die had ik dan altijd nog in mijn achterzak om aan het bezoek te laten zien. Op deze lege plekken kwam geen nieuw tandje meer door.

    Ik moest wennen aan het idee, maar het bleek al snel een zegen. Dit was veel stoerder dan zwarte viltstift op je tanden. Dit was echt. Ik was een levensechte boef, een bandiet , een cowboy. De volgende dag zou ik op de universiteit gaan kijken of de meisjes in waren voor een ouderwets potje ‘jongens pakken de meisjes’. Gouden tactiek.

    (check ons blog op www.onzeeigen.nl/oen voor een foto)

    Deel met de wereld:
    • Twitter
    • Facebook
    • RSS
    • Google Bookmarks
    • email
    • Hyves
    • NuJIJ
    • Print
  • Een kleine man met halflang krullend haar en een kek blauw vestje belt met zijn mobiele telefoon. “Ik heb nachten gehuild.” Hij staat in de zon. Het ziet er vredig uit. “Maar we moeten verder, ja toch?” Een toilettasje stond naast hem op de grond.

    Hij staat voor een deur, maar wekt niet de indruk dat hij er naar binnen moet. Hij is zonder jas. Is dit zijn huis? Was dit zijn huis? Waarom praat deze man hardop in een stille straat? Waarom zegt hij dat hij zo moest huilen? Hij hield zijn koppie hoog; “We moeten verder”.  Wat moet je anders als je in de put zit?

    Medelijden krijgt hij niet. Van niemand niet. Hij staat daar prima, in de zon, met zijn toilettasje op de grond.

    Deel met de wereld:
    • Twitter
    • Facebook
    • RSS
    • Google Bookmarks
    • email
    • Hyves
    • NuJIJ
    • Print
  • U kunt er gerust donder op zeggen dat er iets gaande is wanneer u mij op straat ziet lopen met drie verschillende pakjes thee. U, geliefde lezer, weet, daar is iets niet in de haak. Een jongeman met niet-gestileerde stoppelbaard, een rokerige sweater, schoenen met vlekken en drie pakken Lipton piramide thee baart zorgen. En terecht. Ik heb een probleem.

    Het doelbewust naar een buurtsuper lopen om helder van geest voor een rek met thee te gaan staan is opmerkelijk. Het product daadwerkelijk kopen in drievoud en er vervolgens mee over straat flaneren is ronduit zorgwekkend. Mocht u dit onverhoops zijn overkomen? Dan mag u, geliefde lezer, zich op het hoofd krabben.

    Had u een jurk, tuinbroek of baby aan (in zo’n babyzak) dan hoeft u zich geen zorgen te maken. U bent anders.

    Is u dit overkomen met niet-gestileerde stoppelbaard, een rokerige sweater en schoenen met vlekken dan heeft u een probleem. Erkennen is het halve werk. Dergelijk vertoon van huiselijkheid is vulgair, obsceen en onheus. Waarom? Een kopje thee op zijn tijd moet toch kunnen? Neen!

    Een jongeman mijner leeftijd verdiept zich in buitenlandse meisjes, 6 laatste biertjes, het overleven van ochtenden zonder een oog open te doen en in het fijn proeven van diepvriespizza’s.

    Thee is gebruik maken van de mogelijkheid om je anders voor te doen. Om te doen alsof je truien breidt, je wakker wordt en eerst je post gaat sorteren. Thee in de vorm van Egyptische graftombes is doen alsof je je ergert aan wie wat tegen wie heeft gelogen in Den Haag. Flikker toch op.

    Ik maak mij zorgen. De hang naar een leven ‘in balans’ wordt groter en explicieter. Het hoort niet. Hou dat lekker voor jezelf achter gesloten deuren. Niet rustig keuzes afwegen, kopen en dan open en bloot over straat met je doorschijnend zakje. Nee, hoogstens haastig in de binnenzak na negen keer mijmerend “wel” en  “niet”-end er voorbij te zijn gelopen.

    Piramide thee is de nieuwe porno voor leeftijdsgenoten en het is vies. Niemand draait zijn hand nog om voor blote porno. Het moet wel heel bloot, gehandicapt en/of Duits zijn wil ik er warm van worden. Maar je overgeven aan de open-en-bloot huiselijkheid van het thee drinken uit een optimaal ontworpen theezakje. Dat is pas echt vulgair en obsceen. Een taboe, maar zo met de gordijnen dicht best bevredigend.

    Proost!

    Deel met de wereld:
    • Twitter
    • Facebook
    • RSS
    • Google Bookmarks
    • email
    • Hyves
    • NuJIJ
    • Print
Over
  1. (*)
  2. (*)
  3. (*)
  4. Captcha
 

cforms contact form by delicious:days

24 jaar en onophoudelijk op zoek naar zijn uitdaging. (zie het stuk in Volkskrant Magazine over twijfelende 20'ers) Robin van Gelder droomt van anderen beroeren, begeesteren of bekritiseren met eigen werk. Hij bedacht OnzeEigen.



Een competitief ingestelde klootzak, één die nooit een gezonde relatie zal onderhouden, maar met een hart ter waarde van een gemiddelde inbouwkeuken. Als een Robin loopt hij door de porseleinkast van het leven en bekijkt hij de scherven.